Auteur: Marianne Kok

  • Inspiratiesessie ‘Dwars door de orde. Actie is nodig!’

    De Galan groep organiseert een paar keer per jaar bijeenkomsten voor interim managers. Dit keer een keynote door Arre Zuurmond over zijn boek ‘Dwars door de orde. Actie is nodig! Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het kader van de opdracht aan Arre in de rol van regeringscommissaris Informatiehuishouding. Ronald Leushuis leidt het nagesprek met bijdragen van Hester van Buren (ex wethouder van Amsterdam) en Ellen Viergever (projectleider ambtelijk vakmanschap bij BZK).

    Arre Zuurmond start zijn keynote met het aanhalen van een aantal bekende managementdenkers die lang geleden hebben geschreven over het besturen en inrichten van organisaties. Denk aan Max Weber met zijn toelichting op bureaucratie, hierarchische lijnen en efficient werken. Hij stelt de vraag aan de zaal welke mensen nog steeds werken in een bureaucratie. En dat is een groot deel van het publiek. Daarmee hebben we de discussie gelijk te pakken. Want past zo’n werkwijze nog wel in de huidige tijd? Het gesprek gaat met name over het publiek domein. Er worden veel stappen genomen om verandering aan te brengen in de bureaucratie. In de discussie vallen hele algemene termen die niet veel prijsgeven. Termen als transitie, systeemdoorbraken, veranderstrategie, inkapselen, sneeuwballen en snijden in hiërarchische lagen en opheffen van beleidsadviseurs.

    Arre Zuurmond geeft voorbeelden van projecten die hij heeft opgezet waarbij vooral het doen centraal staat. Hij geeft aan dat je met het opruimen van bureaucratische rompslomp al snel veel tijd kunt winnen en stappen kunt maken. Arre spreekt over de tegenstelling tussen beleid en uitvoering. Hij pleit voor het indelen van bestuursprocessen naar het soort werk. Zo kunnen we preciezer kijken waar de processen meer efficiënt kunnen worden ingericht zodat de rompslomp verdwijnt.

    Wat blijft hangen is het onderscheid tussen beleid en uitvoering. Hierbij worden alle disciplines genoemd die de grenzen bewaken van de uitvoering (inkoop, juridische zaken, hr) en niet te vergeten de hoeders van wetgeving zoals de participatiewet in balans.

    De eenzijdige conclusie om dan maar te snijden in de structuur vind ik niet passend. Met het weghalen van managementlagen en het wegsnijden van functies zoals beleidsadviseur worden er weer nieuwe problemen gecreëerd. Arre komt met een passender antwoord. Kunnen we een onderscheid maken tussen rechtmatigheid (5% veranderbaar) en rechtvaardigheid? Rechtvaardigheid betekent voor hem: het juiste doen. Dat is heel iets anders dan rechtmatigheid. Zijn alle bewijsstukken binnen? Check! Zijn alle boxjes afgevinkt? Check! Als we alles in de bureaucratische routine proppen, wordt het hoogstens rechtmatig. Dat gaat niet over het snijden in de structuur maar over denken vanuit het perspectief van degenen die gebruik maken van de diensten van de overheid. Er komen veel voorbeelden voorbij van problemen die al jaren spelen, waaronder de organisatie van de schuldhulpverlening, en de toeslagenaffaire.

    Arre Zuurmond

    Dit zijn een aantal suggesties om dat te veranderen:

    • Burgers hebben het recht om eigen informatieverzamelingen aan te leggen en ze moeten daarin gefaciliteerd worden. Daarnaast moeten
      zij betrokken worden bij de aanleg van informatieverzamelingen door de overheid.
    • Wees transparant over de dataverzamelingen die de overheid heeft, en over welke algoritmen en welke modellen zij gebruikt. Geef burgers en maatschappelijke actoren toegang tot die dataverzamelingenen verstrek ze die zo mogelijk ook. Deze dataverzamelingen moeten
      zo open mogelijk zijn (FAIR oftewel Findable, Accessable, Interoperable en Reusable), waardoor informatieverzamelingen vanuit de samenleving eraan ‘geplakt’ kunnen worden.
    • Kennisinstellingen van de overheid moeten al hun dataverzamelingen conform de idealen van de Open Science Foundation inrichten.
      Dat betekent onder meer dat kennisinformatie van overheden duurzaam ontsloten moet kunnen worden en dat die data herbruikbaar
      moeten zijn voor journalisten, maatschappelijke organisaties, kunstenaars, wetenschappers, ambtenaren, beleidsmakers en volksver-
      tegenwoordigers; kortom, voor alle burgers.
    • De overheid moet al haar BI-informatie openbaar maken, uiteraard met inachtneming van privacy, beveiliging en geopolitiek landsbelang. Business intelligence is immers het informatiehart op basis waarvan de overheid meetbare en concrete beslissingen neemt.
    • Niet de burger moet centraal staan, zoals decennialang betoogd, maar de relatie tussen de burger en de uitvoerend professional. Die relatie optimaal faciliteren zal de dienstverlening van de overheid aanzienlijk verbeteren. Door die relatie centraal te stellen, ontstaan handelingsperspectieven. Want dan kan je als organisatie de vraag stellen of je er alles aan hebt gedaan om die uitvoerende professional te laten excelleren. En dan kan je uitzoeken of er niet te veel administratieve lasten zijn of dat er innovaties zijn die je nog niet hebt geïmplementeerd.

    Ik ben benieuwd naar de follow up op deze aanbevelingen en de praktijk. Mogelijk een goed onderwerp voor een volgende inspiratiesessie?

  • Organisatiedissonantie, hebben wij dat?

    Organisatiedissonantie, hebben wij dat?’ gaat over de besturing van organisaties, ontwikkeling en verandering. De groei van organisaties van servet naar tafellaken, en weer terug.

    In haar managementboek beschrijft Marianne Kok hoe bestuurders om kunnen gaan met een stijgende of juist dalende vraag naar diensten of producten. Bij dissonantie past het bedrijf niet meer bij de marktvraag.    

    M.E. Kok werkt als adviseur en verandermanager bij grote bedrijven en instellingen en schrijft vanuit haar praktijkervaring met crisismanagement. Het boek geeft overzicht bij organisatiedissonantie. Wat zijn de keuzen die voorbij komen en hoe kun je zorgen dat je de juiste beslissingen neemt zodat een crisis voorkomen kan worden?

  • Hoe je nieuwe ideeën succesvol kunt gebruiken, de Triple A-aanpak

    De Triple A-aanpak is handig in situaties waarin veranderingen of innovaties moeten worden doorgevoerd, omdat het niet alleen een gestructureerde aanpak biedt om nieuwe ideeën succesvol te introduceren, maar ook om innovaties succesvol te implementeren en te verankeren binnen een organisatie. Ingrid Bolier van Witteveen & Bos heeft een promotie-onderzoek gedaan naar de toepassing van Triple A bij innovatie. In het kader van het onderzoek heeft ze een bordspel ontwikkeld waarmee je inzicht kunt krijgen in hoeverre ecosystemen, organisaties en teams de verschillende vaardigheden toepassen om een innovatie te realiseren.

    Eerst wat meer over de theorie, de triple A. Wat zijn de drie componenten, de drie A’s?
    Absorption (Opname): het vermogen van een organisatie om nieuwe kennis of technologie op te nemen. Het gaat om het proces van leren en het internaliseren van nieuwe informatie of vaardigheden.
    Adoption (Adoptie): het gaat om de acceptatie en de toepassing van de nieuwe kennis of technologie in de praktijk.
    Adaptation (Aanpassing): de geadopteerde kennis of technologie wordt aangepast aan de specifieke omstandigheden van de organisatie of de omgeving. Dit kan betekenen dat er wijzigingen of aanpassingen worden gemaakt om de nieuwe kennis beter te laten aansluiten bij de bestaande processen, cultuur of infrastructuur.

    Het spel Ingenious helpt teams op een speelse manier het gesprek aan te gaan over de uitdagingen die komen kijken bij innoveren. De uitdagingen in het spel zijn gebaseerd op het Triple-A capabilities onderzoek. Een van de uitdagingen bij innovatie is bijvoorbeeld het activeren van partners. Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder. Externe partners staan nog niet te springen om samen te werken. Hoe krijg je ze aan boord?

    Meer weten? Er is onderzoek bij de Provincie Noord Holland uitgevoerd naar het succesvol implementeren van innovaties. Dat heeft geresulteerd in het proefschrift From Tinkering to Transitioning. Het onderzoek werd uitgevoerd door Ingrid Bolier onder leiding van Daan Schraven (Assistant Professor of New Economics in the Built Environment – Delft University of Technology).

  • Aanpassingsvermogen

    Aanpassingsvermogen verwijst naar het vermogen om zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden, veranderingen en uitdagingen. Het Annapurna circuit in Nepal is een trekking die veel aanpassingsvermogen vereist. De trekking gaat van de tropische laagvlakte naar de hoogste bergen van de wereld via de Thorong La pas (5416 meter hoog).